De Labradoodle onder de loep: een populaire kruising met een eigen handleiding
- Saskia Thomassen
- 17 uur geleden
- 5 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 3 uur geleden
De labradoodle is de afgelopen jaren enorm populair geworden. En dat is niet zo gek: ze zien er zacht en vriendelijk uit, zijn slim en vaak heel mensgericht. In de praktijk merk ik alleen dat het beeld van de “makkelijke gezinshond” lang niet altijd klopt.
Binnen mijn werk als hondentrainer en gedragscoach begeleid ik veel labradoodles en andere doodlekruisingen. Wat mij daarin opvalt, is dat ik steeds dezelfde patronen terugzie, zowel in gedrag als in de verwachtingen van eigenaren.
In deze blog neem ik je mee in het eerlijke verhaal achter de labradoodle.
Een stukje geschiedenis: hoe het begon
De labradoodle vindt zijn oorsprong in de jaren ’80 in Australië. Hier werd een kruising gemaakt tussen een labrador retriever en een poedel. Het doel was om een hulphond te ontwikkelen voor mensen met allergieën, gecombineerd met de intelligentie van de poedel en het sociale, werkwillige karakter van de labrador.
Het idee was sterk: een hond die goed samenwerkt met mensen en breed inzetbaar is. Alleen bleek in de praktijk al snel dat je eigenschappen van twee rassen niet één-op-één kunt “samenstellen”. En juist daar zit een groot deel van de uitdaging.
De enorme populariteit (en het effect daarvan)
De labradoodle is inmiddels overal te zien. Op social media, in gezinnen, in het straatbeeld. Vaak met het label: vriendelijk, hypoallergeen en geschikt voor iedereen.
In mijn praktijk zie ik dat deze verwachtingen regelmatig botsen met de werkelijkheid. Niet omdat het geen fijne honden zijn, integendeel, maar omdat er veel variatie zit binnen deze kruisingen.
Niet elke labradoodle is hetzelfde. En dat wordt vaak onderschat.
Is de labradoodle eigenlijk een ras?
Hoewel veel mensen het zo noemen, is de labradoodle officieel geen erkend hondenras. Organisaties zoals de Fédération Cynologique Internationale (FCI) en de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland erkennen de labradoodle niet.
Dat betekent dat er geen vaste rasstandaard is. Geen duidelijke richtlijnen voor uiterlijk, gedrag of karakter zoals bij erkende rassen.
Waarom “voorspelbaarheid” lastig is
Omdat het een kruising is, en vaak ook nog eens met verschillende generaties en achtergronden, is het gedrag minder voorspelbaar.
Wat ik in de praktijk zie:
Grote verschillen binnen één nest
Verschillende energieniveaus
Variatie in gevoeligheid en prikkelverwerking
Daar komt bij dat er geen centraal stamboek is en dat fokdoelen per fokker kunnen verschillen. Dit maakt dat je als eigenaar echt goed moet kijken waar je je pup vandaan haalt.
Rasverenigingen en organisaties
Er zijn wel organisaties die proberen meer structuur aan te brengen, zoals de Australian Labradoodle Association (ALA), de Worldwide Australian Labradoodle Association (WALA) en de Labradoodle Association Nederland (LAN).
Zij werken met eigen richtlijnen rondom gezondheid en fokbeleid. Toch is het goed om te weten dat deze onderling kunnen verschillen en niet onder één officiële rasstandaard vallen.
Gedrag: wat ik vaak terugzie in de praktijk
In mijn trajecten bij Dream Team Hondentraining zie ik met regelmaat labradoodles (en eigenaren) met vergelijkbare hulpvragen. Vaak al zichtbaar in het puppytraject.
Denk aan:
Moeite met alleen zijn (verlatingsangst)
Overmatig bijtgedrag
Gevoeligheid voor prikkels
Onrust rondom eten
Najagen van vogels of andere dieren
Nogmaals: dit geldt niet voor elke hond. Maar het zijn wel duidelijke patronen.
Overmatig bijtgedrag: waar komt dat vandaan?
Veel eigenaren denken: “het is gewoon puppybijten”. Maar bij labradoodles zit er vaak meer achter.
De labrador retriever is gefokt om te retrieven: dingen in de bek nemen, vasthouden en dragen. Dit gedrag zie je vaak terug in pups die:
continu iets in hun bek willen hebben
in handen of kleding happen
moeilijk tot rust komen bij opwinding
Combineer dat met de gevoeligheid van de poedel, en je krijgt een hond die snel reageert én moeite kan hebben met zelfregulatie.
Dit gedrag vraagt dus om begeleiding, niet alleen om “afleren”.
Botsende raseigenschappen
Wat ik vaak uitleg aan eigenaren: je hebt niet één type hond, maar een combinatie van twee werkhonden.
De labrador: sociaal, actief, gericht op samenwerken en apporteren.
De poedel: intelligent, gevoelig en alert op prikkels.
Dat kan een fantastische combinatie zijn, maar ook eentje die intern wat schuurt. Bijvoorbeeld:
Wel willen werken, maar snel overprikkeld raken
Enthousiast zijn, maar moeilijk tot rust komen
Sterk op mensen gericht, maar weinig zelfstandigheid
Verschillende soorten doodles
Naast de labradoodle zie je ook steeds vaker andere kruisingen, zoals de cockapoo.
Wat ik daarin vaak zie, is dat mensen vergeten dat de cocker spaniel óók een jachthond en echte werkhond is. Dat betekent:
Veel energie
Sterk jachtinstinct
Behoefte aan mentale uitdaging
Ook deze honden worden regelmatig onderschat in wat ze nodig hebben.
Australian Labradoodle, Cobberdog en Labradoodle: het verschil
Deze termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde.
De labradoodle is de oorspronkelijke kruising tussen labrador en poedel. Hier zie je vaak de meeste variatie.
De Australian Labradoodle (de “echte” labradoodle) is een verder ontwikkelde lijn waarbij meerdere rassen zijn ingezet. Het doel: meer stabiliteit in karakter en vacht. Tegelijkertijd betekent dit ook dat er nog steeds veel werkhond-eigenschappen in zitten.
De Cobberdog is een specifieke lijn die hieruit is ontstaan, met een eigen fokprogramma gericht op hulphondgeschiktheid en stabiliteit.
Wat belangrijk is om te onthouden: het blijven honden met een achtergrond in jacht en werk. Dus ook hier geldt: ze hebben begeleiding nodig.
Waar moet je op letten bij de aanschaf?
Als je een labradoodle overweegt, kijk dan verder dan het plaatje.
Waar ik klanten altijd op wijs:
Kies een fokker die focust op gedrag én gezondheid
Vraag naar ouderdieren en hun karakter
Let op socialisatie in de eerste weken
Wees eerlijk over wat jij kunt bieden
Je haalt geen “makkelijke hond” in huis, maar een slimme, gevoelige werkhond.
Waarom mijn voorkeur vaak uitgaat naar de Australian Labradoodle
In mijn werk merk ik dat de Australian Labradoodle vaak nét wat meer voorspelbaarheid geeft in gedrag. Dat helpt eigenaren in de begeleiding.
Er wordt binnen deze lijnen vaak gerichter gekeken naar karakter en samenwerking met de mens. Dat zie je terug in hoe deze honden zich ontwikkelen.
Maar laat één ding duidelijk zijn: ook dit zijn geen makkelijke honden. Ze hebben:
mentale uitdaging nodig
begeleiding bij prikkels
structuur en rust
Het verschil zit hem vooral in de richting van het fokdoel, niet in “makkelijker zijn”.
Geen typische beginnershond
Labradoodles worden vaak aangeraden als eerste hond. Persoonlijk vind ik dat niet altijd terecht.
Juist omdat ze:
slim zijn
gevoelig zijn
veel energie hebben
vragen ze best veel van een eigenaar.
Met de juiste begeleiding zijn het geweldige honden. Maar zonder die begeleiding zie ik in de praktijk dat problemen zich snel opstapelen.
Tot slot
De labradoodle en aanverwante doodles zijn fantastische honden,
maar ze hebben wel een handleiding.
Door eerlijk te kijken naar hun achtergrond en behoeften, voorkom je teleurstelling en kun je bouwen aan een sterke samenwerking.
En dat is uiteindelijk waar het om draait: een hond die goed in zijn vel zit, en een eigenaar die begrijpt wat hij in huis heeft gehaald.

Opmerkingen